26 aug 2007

Overwinning Offshore triathlon Blankenberge

Mijn eerste triathlonoverwinning is sinds gisteren een feit! De verzamelde wereldtop was spijtig genoeg verhinderd, maar kom een overwinning is een overwinning. Volgens enkele lokale toeschouwers ben ik gisteren zelf wereldkampioen geworden!

Toeschouwer 1: "Oei, er is hier precies iets te doen vandaag!"
Toeschouwer 2: " Zeker een weireldkampioenschap van etwa."

Dus in de ogen van de Blankenbergse fans ben ik "Weireldkampioen van etwa 2007"!

Afgaande op de deelnemerslijst was ik gisteren naar Blankenberge getrokken om mijn Poker-reeks te vervolledigen (1-2-3-4-5-6). Enkel de overwinning telde dus vandaag. Enige nervositeit was toch merkbaar bij het aanschouwen van de Noordzee waarin 1000m moest afgelegd worden. In het zwembad van Oostende had ik wel al eens een training afgewerkt en wist dus wat zwemmen in zout water was. Maar naar Oceade en Aqualibi was ik de laatste tijd niet meer geweest om te oefenen in een golfslagbad. Na een korte briefing van de hoofdredder over golven, eb- vloedstromen en hoe we noodsignalen moesten uitsturen, konden we naar het water sprinten. Het waterniveau bleef vrij lang op kniehoogte. Nog niet diep genoeg om te zwemmen, maar wel al te diep om vlot te kunnen lopen. Een paar sprongen later dook iedereen dan toch met z'n hoofd naar beneden het weide sop in. De eerste kennismaking met de golven was een feit. Na een aantal slagen voelde ik plots terug zand aan mijn handen en zag zowel mensen rondom mij zwemmen als lopen. Ik dus ook recht en terug een stukje lopen. Een aantal meter verder konden we dan eindelijk echt beginnen zwemmen. Golven, stromingen, zout water maakten alles wat moeilijker om een vlot tempo te kunnen onderhouden, laat staan om je op een deftige manier te kunnen oriënteren. Ondanks meermaals gevloek onder water en ettelijke verwensingen op de imaginaire boten die passeerden kon ik toch als vijfde voet op het strand zetten. Ik had tegen Marieke gezegd dat ik wel een kaartje ging sturen uit Engeland, maar 1000m (officieel) leken mij toch al ver genoeg.

Op weg naar de wisselzone (bergop door het mulle zand) passerde ik nog een atleet en zo kon ik als vierde aan de fietsproef beginnen. Aangezien het voor de organistatie waarschijnlijk onmogelijk is om in volle zomerseizoen een stuk van Balnkenberge verkeersvrij te maken, hadden wij 7' tijd om ons naar het fietsparcours te begeven iets buiten het centrum. Halverwege de eerste van de vier af te leggen ronden reden we al met vier man op kop. Ik voelde reeds snel dat ik het meeste power in de benen had. Met één versnelling wou ik samen met één van mijn kompanen een bres slaan. Die versnellling hielden we voor het ingaan van de laatste ronde. Na een bocht trokkken met z'n tweeën stevig door en konden we zo nog een gaatje slaan. Na de fietsproef herhaalde zich dezelfde procedure als voor het fietsen.

Als eerste kon ik zo mijn loopsloffen aantrekken en door het mulle zand op zoek gaan naar mijn eerste triatlonoverwinning. Op het harde zand moesten we tweemaal op en af lopen tussen de twee pieren in Blankenberge. Bij de keerpunten kon ik zeer goed mijn voorsprong inschatten. Een atleet van WTT, Wim Neyt, liep in tweede stelling. Het gat was niet zo groot maar ik zorgde ervoor dat ik zeker niet ging vertragen. Na de eerste ronde wist ik mijn voorsprong ongeveer stabiel te houden en zo kon ik de tweede ronde min of meer controlerend uitlopen. Nog even terug het mulle zand naar boven en dan kon ik als eerste door het geïmproviseerde finishlint lopen.

23 aug 2007

Blankenberge

Lang geleden had onze vriend Hugo Matthijssen een vriendin, genaamd Nancy. Die Nancy, die hij uiteraard doodgraag zag, had wel een bijzondere manier om mensen te overtuigen om op verlof te gaan:

Ik had eens een vriendin, zij heette Nancy
Het was zomer en ik kende haar maar pas
Ze wou wel even met me op vakantie
Maar alleen als het naar Blankenberge was

Ik zei 'schat, wat valt daar nu te beleven'
't Is vast nog fakker in Maaseik of Deurne-Zuid
Toen zei ze 'makker, luister nu eens even'
We gaan naar Blankenberge of ik maak het uit

Zijn liefde voor Nancy werd al snel eveneens liefde voor Blankenberge:

Blankenberge Blankenberge, wonderschone stad
Ik wou dat ik in m'n achtertuin zo'n Blankenberge had
Blankenberge Blankenberge, parel aan de kust
De mooiste plek op aarde voor wie zand met schelpjes lust

Blankenberge in je achtertuin! Ik denk niet dat mijnheer Matthijssen beseft wat zo'n hoeveelheid water in je tuin betekent. Met dank aan Aquafin lijkt het hier nu een beetje op Blankenberge, zelfs de (ramp)toeristen zijn zelfs aanwezig om alles gade te slaan.

Mijn vriendin heet gelukkig niet Nancy, maar Marieke en de laatste plaats waar zij haar vakantie wil doorbrengen zal waarschijnlijk Blankenberge zijn. Voor één dag kan ik haar wel motiveren om dit centrum van Vlaams volkvermaak te bezoeken. Maar dan enkel en alleen als ik meedoe aan de plaatselijke triatlon aldaar. Komende zaterdag gaan wij dus eerst in de file staan richting kust, om daar dan een uur rond te rijden om een parkeerplaatsje te zoeken, dan laveren op den dijk met mijn fietsje tussen allemaal mensen die denken dat deze voor één dag hun eigendom is. Een paar uur later worden deze taferelen dan herhaald in omgekeerde volgorde.

Ik hoop in die tussenperiode mijn reeds succesrijk seizoen verder te zetten. Als ik mijn wedstrijden even overloop kom ik aan een 6de, 4de, 5de, 2de, 8ste en 3de plaats. Om mijn reeks mooi te vervolledigen zou daar een 7 of een 1 nog moeten bijkomen. Als ik dan mag kiezen, toch nummer 1!

20 aug 2007

Snelheid...

... of beter een gebrek aan!

Als er één sporttalent is waar ik van moeder natuur iets minder in bedeeld ben, is het wel het aantal snelle vezels in mijn musculaire samenstelling. Tijdens mijn studies LO op de unief leverde dit zelfs in bepaalde kringen me de bijnaam Mr. Slow Twitch op. Voor ons examen atletiek moesten we ieder jaar in een leeg Heizelstadion zowel 100m, 400m als 1500m tegen de chrono afleggen. Bij de eerste proef waren er misschien nog een vijftal klasgenoten (ja zelfs in de LO zitten er motorische gestoorden) trager, tijdens de volledige baanronde moest ik er nog een viertal (waaronder zelfs enkele sjotters) laten voorgaan. Mijn gloriemoment kwam bij de 1500m, ik was nog niet de snelste, maar moest slechts 1 studiegenoot voorlaten. Davy Thielens werd bij de junioren belgisch kampioen op zowel de 800m en de 3000m steeple, geen schande dus.

Mijn gebrek aan snelheid kwam reeds vroeger tot uiting. Mijn eerste contact met competitiesport ging zowaar gepaard met een groene tafel, een wit balletje en 2 paletjes... Plezant was het wel, maar veel succes kende ik niet echt! Ja oke, een kampioenstitel in de laagste jeugdcategorie, maar verder als dat ben ik nooit geraakt.

Dan maar volleybal dacht ik. Wegens stopzetting van onze jeugdploeg mocht ik na twee jaar reeds meetrainen met de eerste ploeg. Als knaap van 16 jaar stond ik daar tussen allemaal kerels van minstens 25 jaar met ervaring bij de nationale jeugdploegen en mannen die zelfs enkele jaren in ereklasse hadden gespeeld. Onze spelverdeler (en zo een beetje mijn mentor) was toen exact zestien jaar ouder. Zestien was ook zijn voorsprong in aantal meters toen we samen sprintjes moesten trekken over de hele lengte van een volleybalterrein. Voor de niet volleybal kenners onders ons, zo een speelterrein is in totaal 18 meter lang... Mede omwille van mijn gebrek aan snelheid en ook met mijn kleine 1m86 wist ik dat er mij hier ook geen mooie carriere te wachten stond.

Na wat omzwervingen in lopen en duathlon heb ik nu eindelijk mijn roeping gevonden: lange afstandstriathlon. Aangezien het veel makkelijker is om trage vezels te trainen dan trage vezels tegen beter weten in te proberen omvormen tot snelle vezels ligt de nadruk van mijn trainingsintensiteit vooral in het uitvoeren van lange trage (of matig intensieve) kilometers. Voor triatlonwedstrijden waarin 20 of 30 kilometer moet gelopen worden zou het ook wat absurd zijn om veel tijd te investeren in snelle, intensieve, kilometers.

Dit seizoen staan er nog vier wedstrijden op mijn programma. In die vier wedstrijden moet er samen, slechts, zo een 27 kilometer (7 in Blankenberge, 4,4 in St Niklaas, 10 in Mechelen en 5,6 inNew York) gelopen worden. Ik moet dus de laatste weken van mijn seizoen wat meer mijn snelle slofkes aantrekken en wat sprintjes trekken. Vandaag stonden er 2 reeksjes van 4x500m op het programma. De eerste ging in 1'37, kwestie van even tijd nodig te hebben om mijn weinige snelle vezels te kunnen activeren. Daarna waren we vertrokken voor tijden van 1'35, 1'34 en eentje van 1'33. Tussen de 500-den gaf ik mezelf 1' de tijd om naar lucht te happen. Maar het grote voordeel van die vele trage kilometers is dat je recuperatievermogen steeds beter wordt. Na mijn laatste 500 zakte mijn hartslag in anderhalve minuut (rustig rondwandelen) met 80 slagen!


Voor de mannen uit de buurt. Ik liep mijn 500-den in het Vondelhof, de eerste 500 van het rondje. Voor de mannen niet uit de buurt, de eerste 150m zijn lichtjes bergop, daarna volgt er een scherpe bocht en na 350m nog een scherpe bocht, de ondergrond zijn van die kleine kiezeltjes (zeer plezant voor een duurloop, een extra uitdaging voor een snelheidstraining).

11 aug 2007

Vakantie na Eupen

Na een weekje vakantie waarin vooral Marieke en Jul cetnraal stonden zijn we weer thuis. Zondag na de wedstrijd in Eupen vertrokken wij voor een weekje Luxemburg. Rustig niets doen, wat rondhangen en met onze Jul bezig zijn waren onze drie belangrijkste activiteiten de laatste dagen.

Zes dagen geleden deze tijd stond ik op het podium van het BK 1/2 triathlon in Eupen, dit heeft me toen letterlijk bloed, zweet en bijna tranen gekost. Na de 3/4 triathlon in Stein was dit het tweede en grote doel van mijn seizoen 2007. Omdat de wedstrijd in Eupen samnviel met de Marc Herremans Classic in Antwerpen mocht ik toch wel met podiumambities van start gaan. Ik weet wat ik waard ben op zo'n parcours, maar aan zo een wedstrijd sta je natuurlijk nooit alleen aan de start. Met een heel pak doken we om 10h het water in. Het gevoel tijdens het zwemmen was wel ok, maar telkens ik naar voor keek leken de eersten al zover weg... Als 37ste uit het water op goed drie minuten van Bruno Clerbout, de topfavoriet voor de belgische titel. Ik wist dus wat me te doen stond. Eens op de fiets ging de kraan open. Na een dikke kilometer was er een stukje gaan en keren zodat je perfect kon inschatten wie waar zat. Net voor mij fietste Remy Vasseur (Winnaar van Stein), deze had blijkbaar zijn dagje niet en kon nooit de bebruikelijke vuist maken om te knokken voor een mooie plaats. In volle voorbereiding voor zijn eerste volledige triathlon had hij net enkele zware trainingsweken achter de rug, alvast veel succes Remy in Almere. Kort achter zaten er twee kanshebbers voor de belgische titel, Nick Baelus en Loïc Hélin. Zij waren in het gezelschap van hardrijders Mario Appermans. Nog een tandje bijsteken om deze mannen af te houden hielp niet echt want na een halve van de 4 af te leggen ronden haalden zij mij bij. Toen er iets of wat een groep werd gevormd op de smalle baantjes besloot ik om steeds vooraan post te vatten. In eerste of tweede stelling was ik veilig voor de arbiters. Wat er achter mij gebeurde interesseerde me niet veel, mijn enige doel was om zo ver mogelijk vooraan in de race de loopschoenen te kunnen aantrekken.

De volgorde van het inhalen ben ik ondertussen al een beetje vergeten, maar iedereen Karel Pardaens, Youri Gokel, Bruno Clerbout werden allemaal tot de orde geroepen en sommigen zelfs achtergelaten. Met nog twee ronden te gaan riep David dat we helemaal op kop lagen. Ook toen bleef ik het tempo goed onderhouden wetende dat er een paar kruit in hun loopsloffen hadden liggen. Hoe moeër deze mannen werden hoe groter mijn kansen. Ik moest tenslotte (minimum) 3 van de bovengenoemde mannen achte mij kunnen laten. Met nog een paar kilometer te gaan kwam Nick Baelus eens piepen op de kop van de groep en weg was hij, zelfde truck als in Leuven. Hij kon met een voorsprong beginnen lopen op onze groep die blijkbaar een 10-tal man sterk was (waar ik meer dan de helft, buiten het inhalen, niet van gezien heb) vertrekken. 20 meter achter Bruno dook ik 'den bos' in, Loïc moest zijn straf wegens stayeren uitzitten. Ik rekende om minstens 3 minuten en dat had misschien wel gelukt, achteraf bleken het er maar twee te zijn... Bruno liep niet weg van mij en dat maakte mij alleen maar sterker. Nick kwam in ons visier maar het zou toch 15 kilometer duren eer we hem echt konden achterlaten. Met Bruno heb ik talrijke keren haasje-over gespeeld totdat mijn hamstrings alle medewerking weigerde en ik Bruno in de laatste 1,5 kilometer naar een tweede plaats zag lopen op het BK.

Na 4h en een klet kwam ik als vierde (de wedstrijd werd gewonnen door een Tsjech, Jan Wainer) echt kapot over de meet. Was het in Stein de euforie die me deed zweven, ik weet het niet, alleen weet ik dat ik in Eupen 10 keer meer heb afgezien als toen.

Geluk bij een ongeluk vertrokken we op verlof en brak er voor mij een rustperiode aan. Toen ik na het fietsen de wisselzone inkwam moest ik vaststellen dat één van mijn twee kousen verdwenen was... Ik was dus de eerste aan de meet met slechts 1 kous!! Gevolg, mijn linkse voet lag helemaal open. Allemaal kleine wondjes vooraan, achteraan, opzij. Niet zo leuk als je een schoen probeert aan te doen. Een hele week heb ik rondgelopen op mijn teensletsen en alles is zo mooi kunnen toegroeien.

De twee grote doelstellingen (Stein en Eupen) heb ik zeker niet gemist dit jaar, maar DE grote afspraken moeten nog komen. Vanaf morgen staat mijn blik gericht op de internationale 'ITU' race in Blankenberge, daarna volgt het Wereldkampioenschap voor Belgische ploegen in Sint Niklaas. Midden september is de dan nog de World Cup 'Maneblussertriathlonfinale' in Mechelen. Dan zit mijn triathlonseizoen erop. Maar dan is het nog niet gedaan...

Op 6 oktober neem ik deel aan een kleine jogging in het boergehucht New York in de Verenigde staatjes van de amerikanen, maar daarover later meer.